Verslag: “Volksgezondheid begint in de stal”

30 juni 2010

“Gezamenlijk bezitten we nu al de benodigde kennis om problemen rond ‘emerging infectious diseases’ van mens en dier aan te pakken. Alleen met effectieve samenwerking kunnen we deze kennisbasis optimaal benutten.” Hiermee opende Arno Vermeulen, General Manager van Immuno Valley, als dagvoorzitter de dialoogbijeenkomst ‘Volksgezondheid begint in de stal’.

Het debat was een initiatief van Life Sciences 2020 en werd georganiseerd door Schuttelaar & Partners, in samenwerking met Immuno Valley. Het centrale thema van de avond was het stimuleren van de samenwerking tussen de humane en veterinaire gezondheidszorg. Terugkijkend op ziektes als Q-koorts, vogelgriep en de Mexicaanse griep is hier nog een flinke slag te slaan.

De avond werd geopend door inleidingen van sprekers vanuit de overheid, kennisketen, bedrijfsleven en publiek-private samenwerking. Aan de hand van prikkelende stellingen werd later op de avond een Lagerhuisdebat gevoerd. De aanwezigen namen zo gedreven deel aan het debat dat de jury het moeilijk had met het kiezen van de beste debater. Uiteindelijk viel de keuze op Jaap Wagenaar van de Universiteit Utrecht, door zijn relevante en doordachte opmerkingen. Hij zei onder andere: “De signaleringssystemen binnen de humane sector zitten zo ingewikkeld in elkaar dat niemand het overzicht heeft. In de veterinaire sector is de structuur veel transparanter.” Hij kreeg de zaal plat door dit op een humorvolle manier te koppelen aan een aantal opmerkingen van aanwezigen uit de humane sector.

Sprekers

Alida Oppers

Paul van Aarle

Anton Pijpers

Eric Claassen

“Het houden van dieren en de relatie met de volksgezondheid is voor het Ministerie van LNV en VWS niks nieuws onder de zon, maar er wordt nog altijd hard gewerkt om deze relatie te verbeteren. De Q-koorts is een katalysator geweest die nodig was om grote stappen te kunnen zetten.

We moeten niet uit het oog verliezen dat mensen in de humane en veterinaire sector verschillende achtergronden en tradities hebben. Structurele samenwerking is essentieel, maar bruggen slaan tussen beide sectoren gaat niet vanzelf. Dit probleem is niet vanuit Den Haag op te lossen. De overheid kan hoogstens structuren aanreiken om samenwerking te stimuleren, maar uiteindelijk moeten de mensen in het veld elkaar zelf opzoeken. Respect voor elkaar en elkaars vakgebied is hierbij essentieel. De Ministeries van LNV en VWS geven het goede voorbeeld door een aantal gezamenlijk onderzoeksprojecten op te zetten. We merken nu al dat de samenwerking tussen kennisinstituten hierdoor ook wordt gestimuleerd.”

Directeur Voedsel, Dier en Consument bij het ministerie van LNV
“Veel mensen zien het misschien niet zo, maar de stal is een economische instelling en dus onderdeel van het bedrijfsleven. Daarbij zijn ook allerlei andere bedrijven betrokken, zoals Intervet, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de balans tussen de landbouw en volksgezondheid. Dit zijn twee verschillende werelden, waartussen de samenwerking aanzienlijk verbeterd kan worden. De verhoudingen tussen artsen en dierenartsen zijn vaak ongelijk, zowel in aanzien als in aantallen. Toch kunnen bruggen geslagen worden, simpelweg door met elkaar te praten. Publiek-private samenwerking kan een rol spelen in het stimuleren van dergelijke communicatie, maar wordt te vaak gezien als doel in plaats van middel. Het is vooral een effectief model op het gebied van onderzoek en kennisontwikkeling. Als het op het bestrijden van ziektes aankomt, blijft wat mij betreft voorkomen, dus vaccineren, beter en goedkoper dan genezen.”

Director institutional sales Intervet/Schering-Plough Animal Health
“De opleiding diergeneeskunde in Nederland wordt gezien als één van de beste in Europa en misschien wel in de wereld. We krijgen dan ook aanmeldingen binnen uit de hele wereld. De afgelopen vijftien à twintig jaar zijn persoonlijke en maatschappelijke aspecten belangrijke terugkerende thema’s in de opleiding. In het nieuwe curriculum komt hier zelfs nog meer aandacht voor. Maar er is een groot verschil tussen de opleiding en de werkzaamheden van dierenartsen in de praktijk. Vooral nu dierenartsen de rol van poortwachter van de volksgezondheid hebben gekregen van het Ministerie, kan de druk voor beginnende dierenartsen groot zijn. Een vorm van werken als de dierenarts-in-opleiding zou in de veterinaire sector van toegevoegde waarde kunnen zijn en een verschil kunnen maken. In veel beslissingen die worden gemaakt speelt emotie mee. Hierdoor lopen we het risico dat keuzes niet altijd worden gemaakt op basis van ontwikkelde kennis. Om vertrouwen te wekken moet de veterinaire sector daarom meer communiceren naar de maatschappij over de feiten en kennis die beschikbaar is.”

Decaan van de faculteit Diergeneeskunde aan de UU
“Nederland behoort tot de top van de wereld op het gebied van onderzoek. Maar op sommige gebieden hebben we moeite met het toepassen van ontwikkelde kennis. Het VIRGO consortium is een goed voorbeeld van een organisatie die innovatie wel goed doorzet. Binnen VIRGO zijn duidelijke keuzes gemaakt voor een focus op respiratoire ziektes, een topacademische basis en een scheiding tussen wetenschap en commercie. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat elke euro aan investering netto tien euro heeft opgeleverd. Goede samenwerking is ook essentieel. Daar komen instellingen als NGI en TI Pharma om de hoek kijken. Zij stimuleren dit door publiek-private samenwerkingsverbanden aan te gaan. In deze samenwerkingsverbanden kan ook een early warning en preventie systeem worden opgezet, waar zowel de humane als de veterinaire sector profijt van heeft.”

Directeur Vironovative BV, hoogleraar kennis valorisatie Erasmus MC, hoogleraar ondernemer- schap VU Amsterdam


Foto’s

9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435 9435




Debat

Nederland is het veiligste land ter wereld wat betreft ziektes die van dier op mens overgaan

Voor: De Ministeries zetten zich actief in om te voorkomen dat ziektes overgaan van dier op mens.
Tegen: In Nederland hebben we heel veel dieren in verhouding tot mensen en we leven ook nog eens in een dichtbevolkt land. Dit brengt grote risico’s met zich mee.

De humane gezondheidszorg moet de veterinaire gezondheidszorg subsidiëren om ziektes als Q-koorts te bestrijden

Voor: Het is niet reëel om boeren op te laten draaien voor alle kosten als het gaat om het maatschappelijk belang.
Tegen: Je kunt de burger toch niet vragen te betalen voor alle industrieën die gezondheidsproblemen veroorzaken?

We moeten sneller overgaan op vaker en meer vaccineren

Voor: Voorkomen is beter dan genezen, niet alleen bij dieren,maar ook bij mensen
Tegen: Er moet wel een directe aanleiding zijn om te vaccineren, anders wek je misschien weer andere problemen op. Bovendien kost het handenvol geld.

We moeten toe naar meer en kleinere luchtdichte stallen

Voor: Het is beter voor de dieren omdat de verzorging dan persoonlijker is en de kwaliteit hoger.
Tegen: Als je overal kleine stallen neerzet creëer je een systeem waarin alle transparantie is verdwenen.

De humane signaleringssystemen zouden een voorbeeld moeten nemen aan de structuur van veterinaire signaleringssystemen

Voor: Het veterinaire signaleringssysteem is efficiënt en gestructureerd, het humane is ingewikkeld en ondoorzichtig.
Tegen: Het humane signaleringsysteem loopt voor op het veterinaire, omdat zij ook gebruik maakt van de laatste ICT-ontwikkelingen wat de efficiëntie ten goede komt en daarmee een kostenbesparing oplevert.

De consument moet weten voor welk vlees antibiotica zijn gebruikt

Voor: De consument moet de keuze hebben en weten wat ze kopen.
Tegen: De consument is vaak niet in staat de informatie op waarde te schatten, waardoor je verwarring schept.